Hierin smeekt hij God hem te vergeven want hij realiseert zich nu dat hij tegen God heeft gezondigd. ‘I have done what is evil in Your sight’ ‘Ik heb gedaan wat slecht is in Uw ogen’ en hij heeft spijt De roes van het moment is voorbij, hij heeft gehad wat hij persė wilde op het moment dat hij het zag en nu komt de kater. Hij heeft God teleurgesteld en hij voelt zich bezwaard en zelfs een beetje vies.
Misschien roddel je weleens over een ander terwijl je weet dat je beter je mond kunt houden of vertel je een ‘leugentje om bestwil’, jouw bestwil wel te verstaan, misschien ‘begeer’ je ook weleens iets wat van een ander is, liet je je huis in het zwart schilderen, paste je je inkomsten wat aan, keek je de andere kant op als iemand je nodig had. Misschien heb je zelfs weleens iets gestolen of ben je weleens vreemd gegaan. Dingen die je net als David liever wilde verdoezelen, dingen waarvan je net als David de volgende dag spijt had en waar je je toch niet zo lekker meer bij voelde.
Create in me a pure heart, O God
and renew a steadfast spirit within me.
Don’t cast me from Your presence
or take Your Holy Spirit from me.
Restore to me the joy of Your salvation
and grant me a willing spirit, to sustain me
(Psalm 51:10-12 NIV)


